HomeOver onsOudersGastoudersInfoContact

Pedagogisch beleidsplan

BE KIND Gastouder Service

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Be Kind Gastouder Service versie 2.2 Lumièrestraat 90 1087 KH Amsterdam   t: 06-211 08 686  e: info@bekind.nl   2016 ©MvH

Waarom BE KIND?

                                                                                                                                                Blz. 3-4        

  • De visie en het onderscheidend vermogen van BE KIND Gastouder Service
  • Kwaliteitseisen Wet kinderopvang
  • Pedagogisch beleidsplan van BE KIND
  • Persoonlijk pedagogisch werkplan van gastouders

 

De buidel- Emotionele veiligheid

                                                                                                                                              Blz. 5-6-7

  • Wenbeleid, Omgaan met huilbaby’s en eenkennigheid,
  • Risico-inventarisatie Gezondheid & Hygiëne en Veiligheid
  • Kindaantallen, Achterwachtregeling

 

Springend vooruit – Persoonlijke competenties    

                                                                                                                                              Blz. 8-9

  • Persoonlijke competenties, Ontwikkelingsgebieden – en fasen

 

De roedel – Sociale competenties      

                                                                                                                                              Blz.10-11-12

  • Aanmoedigen, Temperament, Aanpak gedrag

 

De leermeester – Aanleren van normen en waarden      

                                                                                                                                              Blz. 12-13-14

  • Buitenspelen, Buiten de opvanglocatie,
  • Het gebruik van televisie, (spel)computers, tablets en internet tijdens de opvang,
  • Het gebruik van Social media

 

De Samenwerking met ouders en gastouders                                                     

Blz. 15

  • Openingstijden en bereikbaarheid
  • Contactmomenten en evaluaties
  • Begeleidingsstructuur voor de gastouder
  • De oudercommissie
  • Klachten/ geschillen

 

ABC van BEKIND Gastouder Service                                                                          Blz. 16

 

  • Beleid omtrent het inschrijven van een gastouder
  • EHBO-certificaat, Eigen kinderen van de gastouder
  • Huisdieren, Invalgastouder (in geval van vakantie/ ziekte van de eigen gastouder)
    Kassiersfunctie, kinderopvangtoeslag, Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld
    Medische bijzonderheden, Ongevallenregistratie
    Sociale kaart, Vaccinaties, Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en continue screening
    Vluchtplan, Voedingsbeleid, Vrijwilligers en stagiaires, Ziektebeleid

Waarom BE KIND?

 

De visie en het onderscheidend vermogen van BE KIND Gastouder Service

Vriendelijkheid (“BE KIND”) staat hoog in het vaandel bij BE KIND.  Onder “ vriendelijk zijn” valt behulpzaam, attent, beleefd, lief, goedaardig en welwillend zijn.

 

“BE KIND” kan je ook interpreteren als: “Laat een kind een kind zijn.”

BE KIND Gastouder Service vindt “spelen” hét middel om de kinderen voor te bereiden op te maatschappij (bijvoorbeeld naar school gaan). Door (samen) te spelen, leert een kind op een ongedwongen manier. Spelen is een wisselwerking tussen kijken, luisteren, spreken, nadoen, uitproberen, bedenken, ontdekken en opnieuw beginnen. Door te spelen worden telkens sociale, emotionele en cognitieve vaardigheden aangesproken, geoefend en vergroot. Het is ook van belang dat het kind mag zijn wie het is.

BE KIND zet zich daarnaast in voor een veilige en vertrouwde omgeving waar de verzorging en aandacht zoveel mogelijk op de behoeftes van het kind worden afgestemd.

 

 

 

 

 

 

Vraagouder(s) worden hierna genoemd als ouder(s).

 

Gastkind of gastkinderen worden hierna genoemd als kind of kinderen en wordt in de mannelijke vorm aangesproken.

 

De gastouder wordt in de vrouwelijke vorm aangesproken, daar de meeste gastouders vrouwen zijn.

 

BE KIND Gastouder Service wordt verder genoemd als BE KIND.

 

 

 

 

 

BE KIND Gastouder Service vindt persoonlijk en transparant werken belangrijk. Op deze wijze hopen we aan de behoeftes van ouders, gastouders en de betrokken kinderen te voldoen. De persoonlijke aandacht uit zich in een nauwe samenwerking met de gastouders, maar zie je ook terug in het contact met de ouders. Transparantie zorgt voor openheid en eerlijkheid wat een veilig werkklimaat ten goede komt. Alles bespreekbaar maken, biedt ook helderheid in wat ouders, maar ook gastouders en BE KIND Gastouder Service van elkaar kunnen verwachten. Met de eerder genoemde eigenschappen richt BE KIND zich op de wensen van de ouders en mogelijkheden van gastouders.  BE KIND streeft naar een vriendelijke en doelgerichte service om het ouderschap en werk te kunnen combineren.

 

 

We streven er naar om helder en eenduidig te communiceren over  de werkwijze van Be Kind. Dit alles binnen het wettelijke kader waar je als gastouderbureau aan moet voldoen.

Afspraken en werkwijzen die worden beschreven in het pedagogisch beleidsplan van  BE KIND zijn zoveel mogelijk gebaseerd op het SMART principe:

Specifiek, Meetbaar,  Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden

 

 

 

BE KIND!

                                                                             

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pedagogisch beleidsplan van BE KIND

Het pedagogisch beleidsplan van BE KIND beschrijft het overkoepelende beleidomtrent de vier pedagogische basisdoelen en vijf pedagogische middelen.Het pedagogisch beleidsplan van BE KIND geeft ouders een indruk over hoe gastouderopvang pedagogisch en organisatorisch is ingericht. Gastouders hebben een houvast om op professionele wijze invulling te geven aan hun gastouderschap

 

Persoonlijk pedagogisch werkplan van gastouders

De vier pedagogische basisdoelen en vijf pedagogische middelen zijn wederom te vinden in het persoonlijk pedagogisch werkplan van de gastouder, dat door de gastouder zelf is geschreven. Er wordt vanuit het pedagogisch beleid van BE KIND een vertaling gemaakt naar de persoonlijke situatie van de gastouder. Ouders krijgen hierdoor een helder beeld op welke wijze de gastouder de opvang inricht. BE KIND kan de gastouders informeren over inhoudelijke zaken aangaande hun persoonlijk pedagogisch werkplan.

De verantwoordelijkheid voor het naleven van het persoonlijk pedagogisch werkplan ligt bij de gastouders. Bij de aanmelding bij BE KIND krijgen de gastouders een gastoudermap waarin allerlei documenten gearchiveerd kunnen worden. Ook krijgen zij toegang tot formulieren (o.a. format persoonlijk pedagogisch werkplan)  die zij naar eigen inzicht kunnen aanpassen. U kunt ten alle tijden het persoonlijk pedagogisch werkplan van de desbetreffende gastouder opvragen. Het persoonlijk pedagogisch werkplan is aanwezig op de opvanglocatie.

 

 

 

Kwaliteitseisen Wet kinderopvang

De invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 en de daarop volgende wijziging per 1 januari 2010, heeft diverse kwaliteitseisen gesteld aan gastouderopvang. Het pedagogisch beleidsplan en het formuleren van de kwaliteitsrichtlijnen is daar een onderdeel van. De Wet kinderopvang spreekt over vier pedagogische basisdoelen opgesteld door Mw. Prof. Dr. J.M.A. Riksen- Walraven.

1. Emotionele veiligheid

2. Persoonlijke competentie

3. Sociale competentie

4. Eigen maken van normen en waarden

 

De Kangoeroe, het symbool van BE KIND, is meteen een duidelijke afspiegeling van die vier pedagogische basisdoelen. De moeder kangoeroe biedt haar jong de bescherming die het nodig heeft. Deze veiligheid creëert zij d.m.v. haar welbekende buidel. (Emotionele veiligheid)  Als het jong er aan toe is, komt het steeds vaker uit de buidel om eten te zoeken en om springend de wereld te ontdekken (Persoonlijke competentie). Kangoeroes werken samen. Zodra er bijvoorbeeld gevaar dreigt, stampen kangoeroes met hun achterpoten flink op de grond (Sociale competentie). Het jong leert van de tijd buiten de buidel. De moeder kangoeroe is een leermeester voor haar jong, het traint het jong voor later (Het Eigen maken van waarden en normen).

 

Kinderen verzorgen en verder op weg helpen werkt net zo. Om dit binnen de gastouderopvang optimaal te omschrijven zijn er naast de vier pedagogische basisdoelen, vijf pedagogische middelen die een gastouder dagelijks inzet.

1. Interactie tussen gastouder en gastkind  

2. De samenstelling van de groep  

3. Het activiteitenaanbod  

4. De binnen- en buitenruimte van de opvanglocatie en

5. Het spel- en speelmateriaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wenbeleid

Voor zowel ouder als kind is het wennen bij een nieuwe verzorger, in dit geval de gastouder. Er zal dan ook een wenperiode zijn. Het nieuwe kind, de gastouder en de andere kinderen krijgen zo de tijd om elkaar te leren kennen. De gastouders van BE KIND beschrijven in hun persoonlijk pedagogisch werkplan hun wenbeleid. Een wenbeleid omvat het volgende: 

         Kinderen kunnen wennen zodra de overeenkomsten zijn getekend.

         De gastouder creëert een omgeving waarin zichtbaar wordt dat het kind welkom is. De gastouder omschrijft hoe zij aandacht geeft aan haar wenkinderen.

         In overleg met de ouder wordt er een wenschema met urenopbouw opgesteld. Hierin kan een speelmoment,  slaapmoment en een eetmoment worden opgenomen.

         Er wordt samen met de ouder een kinddossier ingevuld. In dit dossier staan o.a. de afspraken omtrent de verzorging, het slapen en de eet- en drinkgewoontes van het kind. Ook zijn er toestemmingsverklaringen die de ouder, indien van toepassing, dient te ondertekenen. Het kinddossier wordt bewaard in de gastoudermap op de opvanglocatie.

         De gastouder vertelt o.a. over de dagindeling waaraan het kind aan gaat deelnemen, rekening houdend met de leeftijd. Ook worden regels en afspraken, die tijdens de opvang gelden, benoemd.

         Er wordt duidelijk gemaakt op welke wijze de schriftelijke en/of mondelinge overdracht plaatsvindt.

 

Een voorbeeld van een warm welkom:

De gastouder heeft bijvoorbeeld geschikt speelgoed klaarstaan, het kind mag een beker en bord uitkiezen. Indien mogelijk is er een mandje voor eigen spulletjes of een eigen haakje aan de kapstok. Het kind wordt regelmatig bij de naam genoemd en de andere kinderen worden betrokken bij het ontvangen van het kind. De  kinderen vertellen waar alles staat en leggen de afspraken uit.

 

 

 

 

1.De buidel (Emotionele veiligheid)

 

De interactie tussen gastouder en gastkind

BE KIND zoekt altijd naar een gastouder in haar bestand die zoveel mogelijk aan de wensen van de vraagouder voldoet. Daarmee wordt het  “sprongetje” voor het kind richting emotionele veiligheid genomen. Als de kennismaking tussen de betrokken partijen  een “goed gevoel” oplevert, dan is er weer een sprong gemaakt. Zodra er wederzijds vertrouwen is kan de ouder de verzorging van haar kind met een gerust hart uit handen geven.

 

Een liefdevolle hechte band opbouwen, een relatie, door het inzetten van fysieke veiligheid, het verzorgen van de eerste levensbehoeften eten & drinken en rusten. De gastouder draagt bij aan een positieve interactie. De gastouder is sensitief, ze herkent signalen en kan ze interpreteren. Ook is de gastouder responsief, ze weet hoe ze op die signalen moet reageren. De gastouder leert hoe het kind zich uitdrukt en verstaanbaar maakt. De gastouder wisselt verbale en non-verbale communicatie met elkaar af. Oogcontact maken, glimlachen en benoemen wat ze doet zijn voorbeelden hiervan. Haar stemgebruik, intonatie, mimiek, lichaamshouding stemt ze af aan de situatie. De gastouder is voorspelbaar en betrouwbaar in haar handelen, wat het welbevinden van kinderen bevordert. Tevens is het van belang dat de gastouder beschikbaar is voor alle kinderen, zowel fysiek als mentaal. De gastouder is in staat prioriteiten te stellen en te bepalen wanneer ze iemand moet troosten of individueel aandacht moet geven. Een kind voelt zich o.a. veilig als het verhalen vertelt, om hulp vraagt, initiatief toont en met betrokkenheid speelt.

 

Samenstelling groep:

BE KIND laat de gastouders inschatten of het (nieuwe) kind bij de huidige kinderen zou kunnen aansluiten. De gastouder waarborgt namelijk de emotionele veiligheid van al haar kinderen die ze in haar “buidel” heeft. Ze houdt o.a. rekening met de verschillende ontwikkelingsfasen en leeftijd van haar kinderen.

Ze hanteert de interactieprincipes om de meest optimale sfeer tussen de kinderen te creëren. De gastouder ziet de contactinitiatieven van kinderen. Ze volgt de woorden, gebaren, stem, mimiek , aanraking en lichaamshouding van de kinderen. (initiatief volgen)

 

 

 De gastouder benoemt het gewenste gedrag zodra de kinderen het laten zien (instemmend benoemen).

 

 

 

 

Omgaan met huilbaby’s

Ouders en gastouders kunnen te maken krijgen met baby’s die erg frequent huilen. De zogenoemde huilbaby’s. Het ontroostbare is iets wat op dat moment bij deze baby hoort, maar kost de verzorger o.a. veel energie. BE KIND vindt het belangrijk dat de emotionele veiligheid van alle betrokkenen (het huilende kind, de andere  kinderen, de  ouder en de gastouder zelf) in de gaten moet worden gehouden. Van de gastouder wordt verwacht dat ze zorg draagt voor deze taak eventueel met ondersteuning van BE KIND. Het is in deze situatie belangrijk dat de gastouder met de ouders bespreekt en tevens vastlegt wat de aanpak zal zijn tijdens de opvang. Noteer bijvoorbeeld hoe de dagen verlopen. Het is raadzaam ook vervolgstappen vast te leggen, indien de besproken aanpak(ken) toch voor een onhoudbare situatie voor een van de betrokkenen zorgt. Als het huilen alleen tijdens de opvang (langdurig) aanhoud is het natuurlijk ook van belang om met elkaar in gesprek te blijven. Wellicht ligt het aan iets anders en speelt hechting of eenkennigheid een rol.

 

Wat wellicht helpt bij huilbaby’s:

Draagdoek, klassieke muziek,  schommelstoel, ritmische bewegingen, expliciet benoemen wat je gaat doen, zorgvuldig aanraken en oogcontact maken.

 

Wat wellicht helpt bij eenkennigheid:

Zorg voor een duidelijk afscheidsritueel. Speel kiekeboe spelletjes, of loop even weg en kom meteen terug. Vertel wat je gaat doen zodra je merkt dat je met de ogen van het kind wordt gevolgd. Maak tijd voor een extra individueel contactmoment.

 

Wat wellicht helpt bij overgangssituaties:

Als een kind de overgangen lastig vindt dan is het handig dat de gastouder een vaste volgorde van activiteiten aanneemt. Het aankondigen en het kind de tijd geven om iets af te ronden is ook van belang. Benoemen  wat en waarom er iets gebeurt en troosten als het nodig is, zijn ook belangrijke onderdelen om de overgang soepel te laten verlopen. Kinderen laten helpen met het voorbereiden van de nieuwe activiteit is vaak ook een goed alternatief.

 

 

De gastouder herhaalt wat een kind zegt of doet en geeft daarbij indien nodig een aanvulling (ontvangstbevestiging).

De gastouder zorgt ervoor dat de kinderen individuele aandacht krijgen en dat ze zo in hun behoefte worden voorzien (beurtverdeling). De gastouder combineert al het bovenstaande gedurende de dag. Ze volgt, ontvangt, benoemt, handelt en schakelt. Ze zorgt ervoor dat ze zelf te volgen is, verbaal en non-verbaal. De communicatie is eenduidig. De woorden kloppen met de uitdrukking op het gezicht. (leiding geven) De gastouder houdt bij het afscheid nemen van de ouder rekening met de behoefte van het kind. Verdriet bijvoorbeeld mag er zijn en wordt benoemt.

 

Activiteitenaanbod:

BE KIND adviseert haar gastouders de dag zo in te richten dat er evenwicht is tussen (vrij) spelen, eten, & drinken en rusten. Het dagprogramma is zo gepland dat haast of lang wachten wordt vermeden.

Het activiteitenaanbod wordt afgestemd aan de leeftijd van het kind. De dag wordt besproken en kinderen krijgen de ruimte om over iets mee te denken of te vertellen. Een eventuele verandering in het programma wordt aangekondigd. De kinderen weten zo wat ze die dag kunnen verwachten en leren om zich flexibel op te stellen.  Ook kan er eerst samen worden gespeeld als het kind bijvoorbeeld vanwege het afscheid nemen nog verdrietig is. Voor de kinderen die moeite hebben met kiezen kan materiaal worden klaargezet om de keuze zo te vereenvoudigen.

 

Er kunnen vaste liedjes, versjes of muziekjes zijn om bijvoorbeeld een overgangsmoment aan te geven. Denk aan het eten & drinken, het opruimen of naar bed gaan.  Door de structuur in activiteiten, weten de kinderen wat er mag. Een ruim en helder kader zorgt voor beweegruimte (leerruimte) maar bewaakt ook de grens.

 

 

 

 

 

 

 

Binnen- en buitenruimte opvanglocatie:

Bij alle gastouders wordt bij inschrijving en daarna jaarlijks twee risico-inventarisaties afgenomen, een voor Gezondheid & Hygiëne en een voor Veiligheid. BE KIND vindt het vanzelfsprekend dat de ruimtes schoon, overzichtelijk en ordelijk zijn ingedeeld. Er zijn vaste plekken voor het spelen, eten & drinken en slapen. Zo weet een kind waar het kan tekenen en waar het bijvoorbeeld kan rijden met een loopauto.

 

 

 

Risico-inventarisatie Gezondheid & Hygiëne en Veiligheid

BE KIND hanteert een digitale risico-inventarisatie. Er wordt samen met de gastouder nagegaan welke eventuele risico’s de opvang met zich meebrengt, welke voorzorgsmaatregelen zijn genomen en of nog meer maatregelen nodig zijn. De risico-inventarisatie hebben betrekking op alle ruimtes, waar de gastouder gebruik van maakt tijdens de opvang, dus ook de eventuele tuin en/of balkon.  

 

Kindaantallen (Gastouder Kind Ratio)

Een gastouder mag maximaal 6 kinderen van 0 tot 13 jaar opvangen. De gastouder mag maximaal 5 kinderen opvangen, als deze kinderen allemaal jonger dan 4 jaar zijn. Er mogen maximaal 4 kinderen van 0 en 1 jaar aanwezig zijn, waarvan maximaal 2 kinderen van 0 jaar. De aantallen zijn inclusief eigen kinderen en/ of vriendjes tot en met 10 jaar. De gastouder houdt de kindaantallen bij in bijvoorbeeld Portabase. Dit is een persoonlijke internetomgeving waar o.a. de urenregistratie, kindaantallen, de contracten en download’s in wordt bijgehouden. Elke gastouder dient bij een GGD inspectie de kindaantallen aan te kunnen tonen. De gastouders weten ook met hoeveel kindplekken ze staan ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. De gastouder is verantwoordelijk voor de kindaantallen in Portabase en op de opvanglocatie.

 

Achterwachtregeling

Bij de opvang van meer dan 3 kinderen, inclusief de eigen kinderen, is een achterwacht beschikbaar. Een achterwacht is telefonisch bereikbaar en kan in geval van een calamiteit binnen 15 minuten bij de opvanglocatie aanwezig zijn. De achterwacht is achttien jaar of ouder. Aangezien de achterwacht alleen aanwezig zal zijn in geval van calamiteiten is het niet noodzakelijk dat een achterwacht een specifiek diploma of VOG heeft. De gastouder dient de gegevens van de achterwacht(en) bij een GGD inspectie aan te kunnen tonen in de gastoudermap. De gastouder is verantwoordelijk voor het up-to-date houden van deze gegevens.

 

 

 

 

De kinderen die het prettig vinden, kunnen een vaste plek aan tafel krijgen. Ook is er een plekje waar een kind rustig iets alleen kan doen, zoals een boekje kijken/ lezen. Buiten op een bankje wat wegdromen in het zonnetje kan op  voorwaarde dat de gastouder alle kinderen in de gaten kan houden. De kinderen van de verschillende leeftijdsgroepen weten waar ze mogen spelen en waar ze rekening mee moeten houden.

 

Spelmateriaal:  

Aan het spelmateriaal stelt BE KIND de eis dat het tenminste heel en schoon is. De materialen worden ook volgens de richtlijnen van de risico-inventarisaties schoongemaakt en gecontroleerd. De kinderen kunnen dan heel de dag ermee aan de slag. Klein materiaal wordt uiteraard bij baby’s en kinderen die speelgoed in hun mond doen, weggehouden. De kinderen kunnen het materiaal makkelijk vinden, pakken en weten hoe ze met het materiaal kunnen spelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Persoonlijke competenties

veerkracht, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit,  creativiteit en probleemoplossend vermogen.

Ontwikkelingsgebieden

Emotionele ontwikkeling:uiten en zelfbeeld, begrijpen en verwerken  van eigen gevoelens en voorkeuren

Sociale ontwikkeling:contact maken, begrijpbaar zijn en de ander begrijpen m.b.t. gedachten, gevoelens en intenties.

Samenspelen en samenwerken

Motorisch- zintuiglijke ontwikkeling:grote motoriek (rollen, kruipen, lopen, rennen, vangen, gooien, dansen, springen) Fijne motoriek (grijpen, pakken, pengreep, knutselen, rijgen) Zintuigen(horen, zien, voelen, ruiken, proeven) Coördinatie, evenwicht, ruimte inschatten

Taalontwikkeling:voorlezen, het handelen verbaal ondersteunen, zingen, thematafel, specifieke woorden benoemen tijdens het imitatie- of fantasiespel

Morele ontwikkeling:normen en waarden, inleven in een ander, gehoorzamen,  respect tonen, verantwoordelijkheid eigen handelen.

Creatieve ontwikkeling:materiaal (zand, klei, krijt, verf, papier, lijm) om mee te plakken, kleuren, scheuren, schilderen en boetseren.

Dansen, zingen en muziek maken

Cognitieve ontwikkeling (vaardigheden):

Logisch denken, ordenen, sorteren , vergelijken, analyseren, plannen, oorzaak &gevolg, taal, lezen, schrijven en rekenen.

 

Spelen is leren! De herfstwandeling:

De kinderen gaan in de frisse lucht op zoek naar herfstschatten. De wandeling zorgt voor  een rijkdom aan leerelementen. Door te voelen aan de kastanjes leer je wat “glad” is. Door te vergelijken met een dennenappel leer je een kind wat “ruw” is. Als je een bolster aanraakt, ontdek je dat “stekelig” pijn doet. De kastanjes kan je tellen en ordenen van klein naar groot. Met een paar materialen uit het bos en een doek kan je een “Kim-spel” spelen om het geheugen te trainen en het plezier van een spel te laten beleven. Je kan leuke poppetjes maken en met de gedroogde blaadjes een kunstwerk maken . Voeg de spullen toe aan de zandbak en de kinderen maken een kabouterbos. Wie ziet kaboutertje Stoutertje? Waar slaapt en eet hij?  Zonder enige vorm van druk komen rekenbegrippen, woordenschat, motorische-, creatieve- en sociale vaardigheden in een betekenisvolle context aan bod.

 

 

.

 

 

 

2.Springend vooruit

 (Persoonlijke competenties)

Interactie gastouder – kind:

De voorwaarde om in ontwikkeling “springend vooruit” te kunnen komen is nu gerealiseerd. De gastouder heeft voor veiligheid gezorgd. De persoonlijke ontwikkeling en de specifieke ontwikkelingsgebieden aanspreken is van belang. Door naar het kind te kijken en ermee in gesprek te gaan, kan de gastouder het kind gericht aanmoedigen, complimenteren en/ of begeleiden. Door oog te hebbenvoor de ideeën en initiatieven van de kinderen stimuleert ze het denken. Kiezen helpt mee de verantwoordelijkheid te vergroten. Ze laat bijvoorbeeld de kinderen zelf proberen, wacht met hulp geven of werkt samen met het kind.

 

Samenstelling groep:

Het is belangrijk dat het kind in de groep laat zien of vertelt wat ze heeft gedaan of gemaakt. De gastouder doet dit voor de jonge kinderen. Kinderen delen hun ervaringen en leren van elkaar tijdens zo’n nabespreking. Kinderen kunnen elkaar helpen zich te ontwikkelen. De gastouder kan er bijvoorbeeld afwisselend voor kiezen om kinderen gericht laten samenwerken of daarin juist vrij te laten.

 

Activiteitenaanbod:

BE KIND adviseert de gastouder om te zorgen voor ontwikkelkansen in speelsituaties en activiteiten. De gastouder is op de hoogte van wat de kinderen al weten en kunnen (niveau). Ze kan ook naar de interesses en tempo van het kind kijken en daarop haar aanbod aanpassen. De gastouder laat bijvoorbeeld de kinderen ervaren dat ze zelf al veel kunnen, de kinderen krijgen de ruimte en ze zorgt voor succeservaringen. Ze leren van herhaling, per ongeluk ontdekken, onderzoeken met zintuigen, spelen en imiteren. Als een kind regelmatig dezelfde activiteit doet of steeds hetzelfde speelt kan de gastouder het kind aanspreken op een niveau dat net iets hoger is (zone van naaste ontwikkeling). Ze maken samen bijvoorbeeld die “moeilijke” puzzel of  ze laat zien hoe je een “stabiel” huis bouwt. Ze mogen bijvoorbeeld kiezen of ze een tekening gaan maken met wascokrijt, waterverf of kleurpotloden.

 

 

 

 

De gastouder houdt ook rekening met de leeftijd en ontwikkelingsfasen van het kind. Belangrijke aandachtspunten worden hieronder uitgelicht.

0-6 maanden:
Naast het eet- en slaapritme is het in deze leeftijdsfase belangrijk om aandacht te besteden aan lichamelijk- en visueel contact. Het kind vindt het fijn als je het vasthoudt (op schoot neemt) om te knuffelen, te troosten, te praten en te zingen. Door verschillende voorwerpen te laten zien (volgen met ogen) en te voelen (zacht/ hard) en te zingen prikkel en activeer je de zintuigen. Kinderen in deze leeftijdsfase ontdekken in een vlot tempo hun eigen lichaam en mogelijkheden.

6-18 maanden:
Ook in deze fase vinden kinderen het fijn om regelmatig opgepakt te worden en lichamelijk contact te hebben. Activiteiten die nu geschikt zijn, hebben nog te maken met het stimuleren van alle zintuigen. De motorische vaardigheden krijgen steeds meer een rol (draaien, grijpen, zitten, staan, lopen, klimmen). Bewegingsruimte, vrijheid en veiligheid is van belang. Kinderen zijn vlot en kunnen al snel bij spullen komen die een gevaar voor hen op kunnen leveren. Er wordt aandacht gegeven aan de taalontwikkeling (platen aanwijzen en benoemen, “korte” verhaaltjes voorlezen, benoemen wat je doet en wat moet worden gepakt.) Torens omgooien en muziek maken en beweegspelletjes zijn vaak favoriet.

18 maanden – 3 jaar:
Vanaf deze leeftijd kan het kind (meestal) lopen en begint het praten echt op gang te komen en vorm te krijgen. Het spelen van een “doen-alsof-spel” is niet alleen goed voor de taalontwikkeling, het draagt ook bij aan de sociaal emotionele ontwikkeling. Ze pakken vast en laten los, pakken af, ze spelen alleen of naast elkaar. Ook wordt er samen gespeeld en beter gedeeld. Zing- en beweegactiviteiten zetten de zintuigen en motorische vaardigheden aan het werk. Gooien, mikken, rollen, springen, balanceren zijn enkele voorbeelden daarvan. Creatieve bezigheden zoals scheuren, knippen, plakken, krassen, kleuren en rijgen dragen bij aan de fijne motoriek.

Kleuters 4 – 6 jaar:
Een kind heeft na een schooldag vaak eerst wat te eten en te drinken nodig. Aan tafel zitten zorgt er tevens voor dat de kinderen wennen aan de andere omgeving. Er wordt aandacht besteed aan hun morele- en sociaal-emotionele behoeftes. Er wordt gesproken over wat ze hebben gespeeld, wat leuk of minder leuk was. Daarna wordt besproken wat ze gaan doen. Iets creatiefs aan tafel, buiten spelen, met het speelmateriaal iets bouwen of naspelen. Het rollenspel komt nu echt op gang, hele verhalen worden bedacht en heeft soms nog begeleiding nodig. Het (voor)lezen van prentenboeken, het gericht helpen met klaarzetten of opruimen past ook bij deze leeftijd.

Basisschoolkind 6- 12 jaar:
Ook voor deze leeftijdscategorie geldt dat ze na school hun verhaal kwijt kunnen. Het kind moet na het eten en drinken misschien begeleid worden bij huiswerk of wordt aangespoord om  jas, tas en schoenen netjes op te ruimen. Op school zijn de cognitieve vaardigheden ruimschoots aanbod gekomen en zijn ze genoeg uitgedaagd. Nu is het van belang dat de kinderen “de ruimte” krijgen om de indrukken en prikkels een plek te laten geven. Het sociaal- emotionele en morele welzijn wordt in de gaten gehouden en indien nodig wordt er geluisterd en gepraat. Zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen geven, speelt steeds meer een rol.

 

 

 

Binnen- en buitenruimte:

Om spelenderwijs te leren is het van belang dat kinderen voldoende vrijheid voelen om dingen te bedenken.  Een ruimte waar veel kan en weinig moet, werkt uitnodigend. Bijvoorbeeld een hut van stoelen en kleden bouwen om er vervolgens daarna winkeltje in te spelen of een toren bouwen om die vervolgens weer om te gooien. Maar een kind moet zich ook kunnen terugtrekken naar een beschut plekje om even op adem te komen of te kijken naar andere kinderen. Belangrijk is dat de gastouder de verschillende ruimtes zoveel mogelijk benut om het spelend leren mogelijk te maken waardoor het kind kan ‘’springen’’ van en naar de ruimtes.

 

 

 

 Aanmoedigen

De gastouder toont positieve uitingen over waar het kind mee bezig is. Ze benoemt wat ze ziet of hoort en stelt vragen over de werkzaamheden. De gastouder helpt het kind ontdekken dat proberen loont. Als vervolgens iets lukt wat jezelf hebt gedaan, smaakt dat naar meer, het bevordert ook de intrinsieke motivatie. Het komt vanuit het kind zelf, het kind wil iets bereiken zonder motivatie nodig te hebben van buitenaf. Aanmoedigen heeft als doel om het kind te helpen met doorgaan en om vooruit te komen. De gastouder zorgt dat de verbale aanmoedigen gaan over de moeite die het kind doet, de pogingen, het durven, het oefenen. “Wat knap dat je weer hebt geprobeerd je veters te strikken, nog even en je kan zonder hulp jezelf helemaal aankleden.”

 

Een compliment zorgt voor een specifieke concrete bewondering. Daarbij is het van belang dat het compliment een verrassing is  en geen standaard opmerking. “Je hebt alle woorden van het versje goed onthouden, goed gedaan.” Non-verbaal kan dit met een dikke duim omhoog, een glimlach of een knipoog. Ook kan de gastouder het gevolg van het goede gedrag bespreken. “Nu er vlot is opgeruimd, houden we tijd over voor een dansje, een liedje, een verhaal.”

 

Wist je dat:

Aanmoedigen d.m.v. een materiële beloning (snoep, stickers, cadeaus)  zorgen gauw dat het een voorwaarde wordt om iets gedaan te krijgen. Het kind gaat iets doen voor die beloning.  Het is juist beter om zo’n soort beloning als verrassingselement in te zetten.

Complimenten die minder effectief zijn, gaan  over:  verwachtingen (volgende keer een moeilijker vouwwerk), talenten (wat kan je mooi zingen), eigenschappen (wat ben je lief), uiterlijkheden (prachtige jurk), vergelijken (Kijk, Tim ruimt wel op), overdrijving (super mooi, fantastisch) en contact afsluiten (leuk gedaan, ga nu maar weer…)

 

 

 

 

Spelmateriaal:

BE KIND adviseert materiaal zoals een combinatie van wereldspelmateriaal (dieren, poppetjes, bomen, auto’s) knutselmateriaal, verkleedkleren, constructiemateriaal, puzzels, gezelschapsspelen, zandbakmateriaal, gebruiksvoorwerpen (oude lappen, bordjes, bekers) en kosteloos materiaal (verpakkingsmateriaal, doppen, lege flessen).

Daarnaast is er onder het aanwezige materiaal een evenwicht tussen gesloten en open materiaal. Dit houdt in dat er speelgoed is met en zonder vastgelegd doel. Gesloten speelgoed is meestal gericht op een bepaald doel, bijvoorbeeld een bromtol. Het open spelmateriaal is geschikt voor meerdere speelmogelijkheden, zodat het kind zelf kan verzinnen wat het ermee doet en wat het voorstelt. Het stimuleert onder andere de fantasie van het kind. Een grote doos kan bijvoorbeeld fungeren als stoomboot en de dag erop gooit een kind er pittenzakken en ballen in. Het kind kan met het aanwezige spelmateriaal o.a. stapelen, patronen en vormen leggen, bouwen, rijgen, voelen,  imiteren en/ of geluid maken.

 

 

3.De roedel (Sociale competenties)

 

Interactie gastouder – kind:

De gastouder probeert zich op te stellen als een onafhankelijk aanspreekpunt. De gastouder zorgt dat ze “ongemerkt” aanwezig is als de kinderen samen bezig zijn. Zodra een spel vastloopt kan ze bijvoorbeeld als “gast” op visite komen of helpen door een stimulerende reactie te geven.

 

 

 

Temperament

Als je het temperament van een kind in kaart brengt, begrijp je het kind beter en kan er wellicht gedrag worden voorkomen. Met temperament wordt het emotioneel en motorisch functioneren bedoeld, de manier waarop een kind een reactie geeft valt hier ook onder. Zo geven onderstaande gedragskenmerken veel informatie over een kind.

 

Activiteitsniveau: Is het kind rustig, onhandig of juist overbeweeglijk? Laat het regelmatig wat vallen, stoot het dingen om of moet je kijken waar het kind is?

Dagritme: Wat is het eet-, slaap-, ontwaakritme van het kind? Is het voorspelbaar en heeft het een regelmaat?

Contactueel gedrag: Is het kind eenkennig of lacht het tegen vreemden? Kijkt het kind de kat uit de boom of vertelt het meteen honderd uit.

Aanpassingsvermogen: Hoe gaat het om met nieuwe situaties? Moet het kind wennen aan een ander bedje?
Gevoelsdrempels: Geeft het kind een heftige reactie of juist niet? Hoe reageert het kind op harde geluiden, drukte of op een pijnlijke schaafwond?    

Stemming: Is het kind tevreden, vriendelijk, gespannen, vrolijk etc.?

Reactiesterkte: Hoe reageert een kind op iets? Gooit het kind de blokken op de grond als de toren steeds omvalt of blijft het kind het rustig proberen?

Afleidbaarheid: Is een kind makkelijk van een activiteit af te leiden of juist niet? Als de fiets bezet is, kan je het kind dan met de step blij maken?

Uithoudingsvermogen: Hoe lang is een kind geconcentreerd? (concentratieboog)   Speelt het kind “uren” met playmobil of heeft het kind steeds wat anders in de handen?

Door regelmatig naar de gedrags-kenmerken van het kind te kijken zie je of het kind  dorst heeft of juist slaap. Komt het drukke gedrag doordat de speeltuin te lawaaierig is en is het somber doordat het afscheid nemen te snel ging. Weet je dat het kind “knutselen” niks vindt en wil het juist buiten rennen. 

 

 

 

Bij conflicten maakt de gastouder een inschatting of ze direct moet ingrijpen of dat ze de kinderen de ruimte geeft om het probleem samen op te lossen. Als de gastouder ingrijpt zorgt ze ervoor dat ze van alle betrokkenen informatie verzamelt om het probleem zo goed mogelijk te verwoorden. Ze luistert bijvoorbeeld naar de verhalen, benoemt wat ze zeggen en ondersteunt bij het verwoorden en hanteren van gevoelens. Samen worden er mogelijke oplossingen bedacht en vervolgens wordt er een uitgekozen en toegepast. Door dit samen te doen leren de kinderen hoe ze een probleem zelf kunnen oplossen.

 

Samenstelling groep:

De gastouder heeft ook oog voor het groepsgevoel. Het maakt niet uit dat er verschillen zijn in leeftijd, interesses en karakters. Door de groepsactiviteiten zoals o.a. voorlezen, zingen, eten & drinken, dansen en zelfs door het opruimen raken de kinderen verbonden met elkaar. Ze leren dat ze behoeftes soms moeten uitstellen of anders moeten invullen. Terwijl de gastouder bijvoorbeeld een baby verschoont, probeert een peuter de blokkendoos te openen. Omdat de gastouder de peuter volgt, vraagt ze tijdens het verschonen of een ander kind de deksel van de doos af wil halen. Op deze manier ervaren en leren ze dat ze erbij horen, dat vragen om of ontvangen van hulp nuttig is en dat het fijn is om anderen helpen.

 

Activiteitenaanbod:
De dagindeling is zo ingericht dat kinderen samen kunnen spelen, elkaar kunnen helpen of elkaar even alleen kunnen laten. De gastouder probeert ervoor te zorgen dat kinderen tijdens deze momenten dicht bij hun eigen identiteit mogen blijven. Het kind ontdekt wat het prettig, leuk, onprettig  vindt. Ze leren dat te verwoorden en aan te geven maar ze leren ook incasseren, inschikken en compromissen sluiten. Door het lezen van prentenboeken met een sociaal thema kunnen er sociale vaardigheden worden aangeleerd en in de praktijk worden toegepast. Zo’n verhaal kan ook een aanleiding zijn om iets bespreekbaar te maken.

 

Binnen- en buitenruimte:

Tijdens de risico-inventarisatie van BE KIND wordt bepaald hoeveel kinderen er tegelijk op de betreffende locatie opgevangen kunnen worden. Soms is de ruimte waarin de opvang plaats vindt minder geschikt voor het maximale aantal van zes kinderen. Niet alleen vanuit praktische en veiligheids- overwegingen (zitplaatsen aan tafel, aanwezige buitenruimte en ruimte voor aparte bedjes) maar ook vanuit sociale overwegingen. Iedereen heeft ruimte nodig om zich (mentaal) vrij te kunnen uiten en dus te ontwikkelen. De gastouder zorgt voor verschillende speelplekken waar gespeeld kan worden, zonder dat kinderen elkaars spel verstoren.

 

 

 

Aanpak gedrag

De gastouder benoemt bijvoorbeeld wat ze ziet en vertelt/ vraagt hoe het wel hoort en waarom. Ze herhaalt de afspraak met het kind  en spreekt haar verwachting uit. ” Ik wil dat de klei schoon blijft, dus je kleit aan tafel.”  Als het kind in herhaling valt, wordt de afspraak herhaalt en koppelt ze aan het gedrag een consequentie. Bij de derde keer  gaat de consequentie in. “Je kleit aan tafel, zo blijft de klei schoon. Als dit lastig is dan ruimen we de klei op en ga je iets anders doen.” Het ongewenste gedrag wordt afgekeurd, maar het kind niet. Het kind neemt (indien mogelijk) deel aan het gesprek om aan te geven wat het bijvoorbeeld lastig vindt. Het begrijpen van de intenties van jonge kinderen en met een juist gedragsvoorstel komen is belangrijk.   ” Ik begrijp  dat je dorst hebt, drink maar uit je eigen beker i.p.v. de fles van de baby.”

 

De regels, afspraken en rituelen, die tijdens de opvang gelden, zijn bekend en reëel.  (passen bij de leeftijd) Het gedrag en de regels worden benoemd, geoefend, herhaald en eventueel geëvalueerd. In de fase van het aanleren, helpt het om de kinderen te “betrappen” op het gewenste gedrag en door een aanmoediging te geven. “Wat doe jij de deur zachtjes open en dicht, zo kan de baby lekker blijven slapen.” Een time-out kan worden ingezet als een kind direct uit een bepaalde situatie moet worden gehaald. Een eventuele time-out is: bijvoorbeeld zitten op een krukje binnen het zicht van de gastouder, maximaal het aantal minuten dat het kind oud is. Vertel het kind altijd waarom het een time-out krijgt en bespreek de situatie en rond het samen af. ” Ik zie dat je boos bent. Maar omdat je Emy hebt geslagen, ga jij  op deze kruk zitten. Dat doet pijn. Ik hoor zo waarom je sloeg. Wordt eerst rustig en denk na.”

   Een veilige plek (bed, speelhoek of eettafel) is geen time-outplek.

   De gastouder corrigeert nooit op fysieke wijze!

 

 

 

Spelmateriaal:

(Oude) handtassen, portemonnees, telefoons en klantenkaarten etc. maken de huishoek/ winkel net echt en nodigt uit tot interactie. Het is belangrijk dat er genoeg van hetzelfde is. Vooral jonge kinderen willen spelen met wat de ander heeft. Afpakken heeft vaak niks met plagen of jaloers zijn te maken. Een jong kind kan zich nog niet in de ander verplaatsen. Voor oudere kinderen zijn gezelschapspelletjes een uitdaging. Ze leren op hun beurt te wachten, leren plezier te behouden in het spel terwijl ze verliezen en gunnen de ander de overwinning.

 

4. Leermeester

(Eigen maken van waarden & normen)

 

Interactie gastouder – kind:

BE KIND vindt het belangrijk dat de gastouder bewust is van haar eigen waarden en normen.  De waarden en normen die iemand van belang vindt, hangen van factoren als opvoeding, sekse, opleiding, maatschappelijke achtergrond, woonplaats, religie en cultuur af.

Een waarde van BE KIND is dat de gastouder respect  heeft voor de waarden & normen van het gezin van het gastkind. De norm is dat de gastouder daar zoveel mogelijk rekening mee houdt. Bijvoorbeeld: Olivia mag geen snoep of chocolade tijdens de opvang. De gastouder geeft als traktatie een gezonder alternatief. Dergelijke wensen moeten wel door de ouders bekend zijn gemaakt maken aan de gastouder. De gastouder houdt zich aan de opgestelde regels en komt gemaakte afspraken na. BE KIND vindt positief aanleren van normen een belangrijke waarde. In de groep zijn er waarden en normen betreffende contact maken. Kinderen maken om verschillende redenen contact. Bijvoorbeeld: aandacht, de behoefte om iets te delen, uit verveling, frustratie, boosheid, verdriet of door de ontwikkelingsfase waarin ze zitten.

Soms is de wijze van uiten

 

 

 

Buitenspelen:

Voor BE KIND betekent buitenspelen een schat aan normen en ontwikkelingskansen. De kinderen maken contact met de natuur, ze spelen met zand en water, ze vinden kriebelbeestjes onder tegels, ze ontdekken hun schaduw, ze komen in aanraking met de geuren en kleuren van bloemen. Het zorgt voor ontlading en plezier. Het is goed voor de gezondheid, kinderen krijgen frisse lucht, daglicht en de ruimte om te bewegen. Het vergroot de motorische vaardigheden en ze leren risico’s inschatten. Ze kunnen namelijk rennen, fietsen, klimmen, balanceren, leren verkeersregels en het is  vallen en weer opstaan. Ook de sociale en emotionele vaardigheden komen aanbod.  Ze moeten spelregels afspreken, rekening houden met elkaar en van de glijbaan durven en om leren gaan met onafhankelijkheid. Buitenspelen draagt bij aan het concentratievermogen en het bedenken van oplossingen (cognitieve ontwikkeling).

 

Buitenspelen staat dagelijks op het programma, de duur wordt echter afgestemd aan het weer. De gastouder zorgt ervoor dat de buitenruimte of het buiten zijn kansen biedt om grenzen te  verleggen,  rekening houdend met de veiligheidseisen. De maximale kindaantallen worden afgestemd aan de aanwezige buitenruimte (tuin of balkon) of aan de mogelijkheid om buiten te spelen (speeltuintje in de buurt).

 

Buiten de opvanglocatie

BE KIND verwacht van de gastouders dat zij met de ouders afspraken maken m.b.t. de kinderen die alleen buiten mogen spelen, alleen naar de gastouderopvang komen en de uitstapjes die worden gemaakt. Dit wordt schriftelijk vastgelegd en ondertekent in het kinddossier. In het persoonlijk pedagogisch werkplan van de gastouders wordt omschreven welke afspraken en mogelijkheden er zijn.

 

 

 

ongewenst. Denk aan schreeuwen, knijpen, met speelgoed gooien of weglopen. De gastouder probeert door interactie de intenties (bedoelingen) van het gedrag van de kinderen te achterhalen, voordat ze een oordeel velt. Onacceptabel gedrag wordt direct gecorrigeerd. Indien noodzakelijk hanteert de gastouder een opbouw in haar aanpak. Daarmee wordt de gastouder voorspelbaar in haar reactie op het ongewenste gedrag. Als een kind regelmatig ongewenst gedrag vertoont, adviseert BE KIND dit met de ouders te bespreken. De standaard aanpak heeft geen effect en ouders en gastouders zullen wellicht meer moeten samenwerken en/of er is hulp van buitenaf nodig. Hoe de gastouder dit waarborgt staat in het persoonlijk pedagogisch werkplan beschreven. Wat is er wanneer en hoe vaak gebeurd?  Wat is de ernst van de situatie voor het kind of andere kinderen?  Wellicht kan er zo een patroon worden ontdekt en kunnen de incidenten worden verminderd of worden voorkomen.

 

Daarnaast is het van belang dat de eigenheid (persoonlijkheid) van het kind wordt geaccepteerd maar dat het handelen (gedrag) indien nodig wordt bijgestuurd. Een kind ontwikkelt en uit zich het best in een beschermde omgeving. De autonomie van het kind moet worden gerespecteerd. Dit houdt in dat kinderen het zelfvertrouwen behouden, het gevoel hebben dat ze mogen zijn wie ze zijn en dat ze weten dat ze mogen meedenken, meepraten, meebeslissen en meedoen. Daarnaast maakt de gastouder zoveel mogelijk gebruik van een positieve ik-boodschap (Thomas Gordon) De reactie die op het gedrag van een kind wordt gegeven, omschrijft het gedrag wat de gastouder ziet, het gevolg van het gedrag en het gevoel dat je erbij krijgt. Dit laatste kan verbaal en/ of non-verbaal.

Wat fijn dat je helpt met het aandoen van de schoenen en jassen. Zo hoeven we minder lang te wachten en kunnen we gauw buitenspelen en van het mooie weer genieten. “ De gastouder heeft hierbij een lach op haar gezicht.

 

Door de ik-boodschap kan je ongewenst gedrag ombuigen naar gewenst gedrag. Het is de bedoeling dat het kind zijn gedrag leert te sturen en met een goed gevoel verder kan. “Ik merk dat je opruimen lastig vindt. Ik wil dat het gebeurt want anders struikelen we over de auto’s en heeft er straks iemand pijn. Ik zou dat heel verdrietig vinden. Als jij de auto’s in de bak doet, ga ik vast de tafeldekken voor de lunch. “

 

Samenstelling groep:

 

 

 

 Het gebruik van televisie, (spel)computers, tablets en internet tijdens de opvang:

Gastouderopvang vindt plaats in een omgeving waar meestal een televisie, (spel)computer en/of tablet aanwezig is. Het gebruik hiervan wordt door BE KIND niet perse aangemoedigd of afgekeurd. De gastouder is vrij om hier zelf een keuze in te maken. BE KIND stelt wel dat de programma’s en spelletjes geweldloos zijn, geschikt taalgebruik en passend is bij de leeftijd van het kind. Dit geldt voor alle kinderen die tijdens de opvang aanwezig zijn, dus ook voor de eigen kinderen van de gastouder. De gastouder heeft de regels  omtrent het gebruik van televisie, (spel)computers en tablets in het persoonlijk pedagogisch werkplan vastgelegd. (Wie, wat, hoelang, wanneer)

 

Het gebruik van Social media

Gastouders maken soms gebruik van social media. Op deze wijze laten ze de ouders o.a. zien welke activiteiten zij met de kinderen hebben ondernomen en kunnen ze hun gastouderopvang promoten. BE KIND heeft het beleid dat gastkinderen niet met het gezicht in beeld op social media geplaatst mogen worden. Dit om de privacy van de kinderen te waarborgen. Indien ouders dit géén probleem vinden, kunnen ouders dit aangeven in het eerder genoemde kinddossier.   

 

 

 

 

 

Elke gastouder heeft haar waarden en normen vertaald naar een beperkt aantal duidelijke en reële regels, afspraken en rituelen. Gedrag van anderen wordt door deze omgangsregels voorspelbaar. Regels die elke dag of bij dezelfde gebeurtenis consequent worden gehanteerd, vormen al gauw een ritueel. Het gaat tijdens de opvang gewoon zo. Kinderen kunnen snel schakelen en begrijpen snel dat dingen anders gaan dan thuis, zelfs als er thuis een andere cultuur of geloofsovertuiging is. Oudere kinderen kunnen jonge kinderen ook goed wegwijs maken in wat mag en kan “Als de kinderen uit school zijn opgehaald, hangt iedereen bij binnenkomst zijn jas/ tas op, gaan de schoenen uit en wassen we de handen (evt. ook plassen.) Daarna gaan we aan tafel iets eten & drinken en spreken we de middag door en luisteren we naar elkaars verhalen.”

 

Activiteitenaanbod:
BE KIND heeft ook initiatief en creativiteit als waarden. De gastouders krijgen de ruimte om de inhoud van de activiteiten zelf samen te stellen. De gastouder houdt daarbij rekening met de eerder genoemde persoonlijke competenties, de ontwikkelingsgebieden en de sociale competenties.

De (gedrags)regels, afspraken en rituelen kunnen heel goed in activiteiten worden verweven en al dan niet als hoofdactiviteit worden aangeboden. Een rollenspel over slaan of thema boeken over culturele feesten lezen zijn zeer geschikte activiteiten “ Speel eens alsof jullie ruzie hebben om de pop. Los het probleem eens op zoals het hoort?”

 

Binnen- en buitenruimte:

Elke opvanglocatie heeft door de culturele waarden en normen van de gastouder een unieke inrichting. De gastouder kan de locatie daarnaast aan de hand van de jaarlijks terugkerende culturele feesten, herdenkingen en seizoenen aankleden/ versieren. De inrichting van de ruimte kan ook als middel ingezet worden. Door de opstelling maak je duidelijk en herkenbaar welk spel waar gespeeld kan worden.

 

Spelmateriaal:

Het spelmateriaal is een middel om met de regels  te leren omgaan. De kinderen leren al gauw dat “afpakken” bij de ander  teleurstelling of  boosheid  teweeg brengt. Ze ontdekken dat speelgoed stuk gaat als je er hard mee op de grond gooit en/ of slaat. Door gezelschapsspelletjes leren de kinderen op een speelse manier omgangsregels. Culturele en/ of religieuze feesten staan door de bijpassende verkleedkleren en attributen in de schijnwerpers.

 

De samenwerking met de ouders en gastouders

Om goede opvang te kunnen bieden, is interactie tussen de vraagouder, de gastouder en BE KIND van groot belang.

 

Openingstijden en bereikbaarheid

BE KIND is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 09.00 uur tot 17.00 uur. Indien nodig kan er een voicemail worden achtergelaten. De beller wordt dan zo spoedig mogelijk teruggebeld met de intentie binnen 24 uur op werkdagen. BE KIND is tevens bereikbaar via e-mail (info@bekind.nl) of via een contactformulier dat te vinden is op de website. Wijzigingen in de bereikbaarheid (vakanties) worden altijd kenbaar gemaakt op de website van BE KIND en/of via Portabase.

 

Contactmomenten en evaluaties

Twee maanden na aanvang van de opvang zullen de betreffende ouders en gastouders worden geëvalueerd. Aan de hand hiervan kan worden nagegaan of de opvang voor beide partijen naar wens verloopt en of de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst worden nageleefd. Indien gewenst kan de evaluatie ook persoonlijk plaatsvinden.

Naast de tussentijdse evaluatie zal de opvang ook jaarlijks worden geëvalueerd. Voelt het kind zich thuis bij de gastouder, zijn de afspraken over de zorg en de opvoeding van het kind nog van toepassing of zijn er punten die bijgesteld moeten worden?

BE KIND wil graag weten hoe de opvang verloopt en of elke partij tevreden is. BE KIND houdt ook jaarlijks een voortgangsgesprek met alle gastouders. Tijdens dit gesprek wordt o. a. besproken hoe de opvang en de samenwerking verloopt tussen BE KIND, de gastouders en de ouders.

 

Begeleidingsstructuur voor de gastouder

BE KIND begeleidt gastouders op verschillende manieren. Er worden verschillende mogelijkheden aangeboden om op de hoogte te blijven van afspraken, wijzigingen en vakinhoudelijke ontwikkelingen (m.b.t. gastouderopvang en de daarbij horende onderwerpen). Zo heeft BE KIND  een besloten klankbordgroep op Facebook waar zowel BE Kind als gastouders kunnen posten. De nieuwsflits en download’s in Portabase en de nieuwsbrieven via de mail zorgen ervoor dat alle afspraken en wijzingen terug te vinden en na te lezen zijn. Daarnaast worden er vanuit BE KIND jaarlijks  trainingen en/of  E-learnings aangeboden.  Minstens twee keer per jaar bezoekt BE KIND de gastouder op de opvanglocatie. Vaak is dit bezoek gekoppeld aan een voortgangsgesprek. Tijdens deze gesprekken wordt er o.a. besproken hoe de informatie uit het pedagogisch beleidsplan en het werken met het persoonlijk pedagogisch werkplan in de praktijk  uitpakt en of er nog punten zijn die verbeterd kunnen worden. Uit zo’n gesprek kan blijken dat een gastouder gebaat is bij bijscholing. BE KIND staat positief tegenover  initiatieven en eigen input van de gastouder. Om de onderlinge samenwerking en het gevoel van collegialiteit te bevorderen worden er informele bijeenkomsten, borrels en diners georganiseerd.

 

De oudercommissie

BE KIND streeft naar een transparant en prettig contact met de ouders. De oudercommissie is in dit opzicht een belangrijk instrument. Zij bestaat uit een aantal ouders die de belangen van alle ouders behartigen en zij geeft BE KIND gevraagd en ongevraagd advies. Welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van toepassing zijn op de oudercommissie staat beschreven in het oudercommissiereglement, dat te vinden is op de website van BE KIND. Op de website staat ook hoe je als ouder de oudercommissie kan bereiken. In de nieuwsbrieven die BE KIND uitstuurt, wordt over de oudercommissie gecommuniceerd.

 

 

 

 

Klachten/ geschillen

Mochten ouders en/of gastouders klachten of suggesties hebben met betrekking tot de geboden opvang, dan kunnen zij zich wenden tot BE KIND of tot de oudercommissie. BE KIND beschikt over een interne klachtenregeling, welke te vinden is op de website van BE KIND.

 

Ook bestaat de mogelijkheid om een klacht te deponeren bij een externe partij.

Gastouderbureaus zijn volgens de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen verplicht zich te registreren bij de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen, waaraan tevens het Klachtenloket Kinderopvang verbonden is. Het Klachtenloket is zowel voor ouders als oudercommissie, u kunt ten alle tijden contact opnemen met de Geschillencommissie.

Contactgegevens:

De Geschillencommissie

Postbus 90600

2509 LP DEN HAAG

T: 070 310 5310 (ma t/m vrij van 09.00 tot 17.00)

Voor meer informatie omtrent het reglement en het indienen van een geschil/ klacht kan de website van de Geschillencommissie Kinderopvang worden geraadpleegd: www.degeschillencommissie.nl.

BE KIND is wettelijk verplicht jaarlijks een klachtenverslag te schrijven. Hierin wordt beschreven of er klachten zijn binnengekomen en hoe deze zijn afgehandeld. Deze verslagen zijn te vinden op de website van BE KIND. Vanaf 2017 hoeft over het voorafgaande jaar geen klachtenverslag te worden gemaakt als er in dat jaar geen schriftelijke klachten zijn ingediend.

 

ABC van BE KIND

 

Beleid omtrent het inschrijven van een gastouder

BE KIND selecteert haar gastouders door na te gaan of zij voldoen aan zowel de wettelijke en aanvullende eisen van BE KIND.

–         De gastouder is in het bezit van de volgende diploma’s:

–         een diploma MBO-2 Helpende (Zorg en) Welzijn, of een ervaringscertificaat MBO-2 Helpende (Zorg en) Welzijn, of een diploma dat vermeld is op de diplomalijst, welke is in te zien op de website van BE KIND, of een certificaat goed gastouderschap, of een beschikking van DUO als beroepserkenning.

–         een geldig EHBO diploma.

–         De gastouder is minimaal 21 jaar oud i.p.v. de wettelijke 18 jaar.

–         De gastouder beschikt over een geldig identiteitsbewijs en een verklaring omtrent het gedrag.

–         Huisgenoten en/of vrijwilligers van de gastouder beschikken over een verklaring omtrent het gedrag.

–         De eigen kinderen van de gastouder staan niet onder toezicht.

–         De gastouder is niet uit het ouderlijk gezag ontheven of ontzet. Dit wordt door de GGD-inspecteur gecontroleerd. Als de ondertoezichtstelling of ontheffing na registratie plaatsvindt, kan dit leiden tot verwijdering uit het LRKP.

–         De gastouder spreekt Nederlands tijdens de opvang. Fries of een andere Nederlandse streektaal mag ook.

–         Bij de opvang van kinderen van buitenlandse ouders die voor hun werk tijdelijk in Nederland verblijven (expats), kan mede de voertaal van het gezin worden gesproken, overeenkomstig een, door BE KIND, vastgestelde gedragscode. Indien er een verzoek is, bekijkt BE KIND of het mogelijk en haalbaar is dat de gastouder de opvang verzorgt in de voertaal van het gezin.

–         De gastouder is tijdens de opvanguren telefonisch bereikbaar.

–         De gastouder houdt zich aan mededelingen en afspraken die mondeling of schriftelijk kenbaar worden gemaakt. (email, de berichten en download’s in Portabase en de besloten Facebookpagina van BE KIND)

–         De gastouder is bekend met de inhoud van het pedagogisch beleidsplan van BE KIND, kent de risico-inventarisatie Gezondheid & Hygiëne en Veiligheid , de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en handelt ernaar.

–         De gastouder is bereid om samen te werken met BE KIND en accepteert de begeleiding op het gebied van pedagogisch beleid, Gezondheid & Hygiëne en Veiligheid, de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.

–         De gastouder handelt naar de protocollen van BE KIND (o.a. veilig slapen, social media) en is bereid om zich bij te scholen indien nodig.

–         De gastouder is lichamelijk gezond en geestelijk evenwichtig, en beschikt over een flexibele instelling.

–         De gastouder respecteert het beroepsgeheim.

–         De gastkinderen mogen niet worden gezien als substituut voor eigen kinderen of gebruikt worden om eigen onverwerkte problematiek op te lossen.

–         Andere gezinsleden van de gastouder moeten positief staan ten opzichte van de opvang van andere kinderen.

–         De gastouder staat open voor mogelijke andere ideeën en levenswijzen van de vraagouders, respecteert deze en is bereid om samen te werken met de vraagouders.

–         De gastouder is op de hoogte van de privésituatie van de vraagouders welke nodig is om de opvang te optimaliseren. De gastouder zal hier zorgvuldig en vertrouwelijk mee omgaan.

–         De gastouder draagt zorg voor een goede schriftelijke verslaglegging omtrent het welzijn en de ontwikkeling van het gastkind op de opvang. Indien de gastouder een andere werkwijze hanteert dan de schriftelijke overdrachten, dient zij dit duidelijk te omschrijven in haar persoonlijk pedagogisch werkplan.

–         De gastouder is op de hoogte van de inhoud van haar registratie in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen waaronder de kindaantallen.

 

Aan de opvanglocatie worden o.a. de volgende eisen gesteld:

–         Het maximum aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen, wordt niet overschreden.

–         Er is een aparte slaapruimte voor kinderen jonger dan 1,5 jaar.

–         Er is voldoende speelruimte binnen en buiten.

–         Er is een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid uitgevoerd.

–         Bij opvang van meer dan drie kinderen is een achterwacht beschikbaar.

–         De locatie is altijd volledig rookvrij.

–         De locatie is voorzien van voldoende goed functionerende rookmelders.

 

EHBO-certificaat

Een gastouder dient te beschikken over een geregistreerd en geldig EHBO-certificaat gericht op kinderen en gecertificeerd door het Oranje of Rode Kruis. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bepaald welke certificaten voldoen aan alle eisen. Een certificaat heeft een beperkte geldigheidsduur, afhankelijk van de certificerende organisatie. De gastouders van BE KIND dienen ervoor te zorgen dat hun kennis up-to-date blijft en volgen de herhalingscursussen zodat hun certificaat wordt verlengd. BE KIND heeft van al haar gastouders een kopie van het EHBO-certificaat.

 

Eigen kinderen van de gastouder

Het werk als gastouder wordt regelmatig gecombineerd met het moederschap. BE KIND gaat ermee akkoord dat eigen kinderen van de gastouder aanwezig zijn tijdens de opvang, maar vindt het in een dergelijke situatie van belang dat de gastouder goed inzicht heeft in de rol die zij vervult tijdens de opvang. De gastouder is op dat moment bovenal gastouder in plaats van moeder. Voor de eigen kinderen moet het duidelijk zijn dat er tijdens opvanguren andere regels kunnen gelden dan wanneer er geen gastkinderen aanwezig zijn. Bovendien zullen de eigen kinderen te leren begrijpen dat de aandacht van de moeder gedeeld moet worden met andere kinderen. BE KIND bespreekt dit goed met de gastouders. De gastouders dienen in hun persoonlijk pedagogisch werkplan te beschrijven hoe zij met “eigen kinderen” omgaan tijdens de opvanguren.

 

Huisdieren

Aangezien gastouderopvang plaatsvindt in het huis van de gastouder of de ouder bestaat de mogelijkheid dat er huisdieren aanwezig zijn. De aanwezigheid van huisdieren wordt altijd meegenomen in de risico-inventarisatie. Daarnaast is het een vereiste dat gastouders duidelijk in hun persoonlijk pedagogisch werkplan hebben beschreven hoe de veiligheid van de kinderen wordt gewaarborgd indien er huisdieren aanwezig zijn. Kinderen mogen in ieder geval nooit alleen worden gelaten met huisdieren (indien niet in een kooi) . BE KIND bespreekt tijdens de intake met de ouders of zij bezwaar hebben tegen de aanwezigheid van huisdieren en houdt hier rekening mee bij de plaatsing van een kind bij een gastouder.

 

Invalgastouder ( in geval van vakantie/ ziekte van de eigen gastouder)

Indien de eigen gastouder niet beschikbaar is wegens vakantie of ziekteverzuim, kunnen de ouders gebruikmaken van een invalgastouder. De invalgastouder dient te staan ingeschreven en heeft op deze wijze te maken met dezelfde procedures en eisen die voor alle gastouders van BE KIND gelden. Op deze manier waarborgt BE KIND de kwaliteit van de gastouders. BE KIND benadrukt bij tijdelijke opvang het welbevinden van de kinderen. Het wenbeleid geldt ook voor de tijdelijke opvang, echter het wenschema zal aan de situatie worden aangepast. Indien nodig en mogelijk is er een overdracht tussen de beide gastouders om de emotionele veiligheid van de kinderen te waarborgen.

Indien een vraagouder gebruik maakt van een invalgastouder wordt er door BE KIND een tijdelijke overeenkomst opgesteld. Zowel de vraagouder als de invalgastouder dienen dit te ondertekenen. De invalgastouder zorgt ervoor dat de tijdelijke overeenkomst door beide partijen is getekend en geeft een kopie aan BE KIND. Zonder deze getekende overeenkomst kan BE KIND niet aan haar deel van de verplichtingen voldoen. (o.a. facturatie, toeslag etc.)

BE KIND kan haar ouders de vraagouders geen garantie geven dat er tijdens afwezigheid van de eigen gastouder een invalgastouder beschikbaar is om tijdelijk de opvang over te nemen.

 

Kassiersfunctie/ Portabase

De gastouder houdt in PortaBase maandelijks haar urenregistratie bij. Zodra de gastouder de uren “verzend” kan de vraagouder deze uren goed- en/of afkeuren. Na drie dagen wordt er automatisch goedgekeurd en wordt de factuur opgemaakt en naar de vraagouders verzonden. Pas als het bedrag op de rekening van BE KIND staat, gaat BE KIND over tot betaling van de gastouder. Als de uren worden afgekeurd kan de gastouder indien nodig de uren corrigeren en opnieuw versturen. U begrijpt dat het voor alle  partijen van belang is dat de urenregistratie en betaling vlekkeloos en vlot verloopt. Mochten er problemen ontstaan stuur dan een mail naar info@bekind.nl. Enkel dan kan BE KIND meedenken en meekijken.

 

Kinderopvangtoeslag
Elke gastouder van BE KIND staat in geschreven bij het LRKP en heeft een registratienummer. Met dit nummer kunt u via de site van de belastingdienst kinderopvangtoeslag terugvragen. U dient dit zelf binnen drie maanden na de aanvang van de opvang aan te vragen. BE KIND kan indien nodig met u meedenken.

 

Medische bijzonderheden

De ouders dienen bijzonderheden van medische aard of in de ontwikkeling van het kind bij de aanmelding van hun kind door te geven aan BE KIND en aan de desbetreffende gastouder. Indien er sprake is van (extra) medische zorg, bekijken wij met de gastouder of de gastouder aan de extra verzorgingsbehoefte kan voldoen. Indien nodig is er naast een toestemmingsverklaring voor zelfzorgmedicatie ook een aparte medicijnverklaring die ouders kunnen invullen en ondertekenen.

 

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 

Sinds 1 juli 2013 is iedere professional die met kinderen werkt, waaronder dus ook gastouders, wettelijk verplicht te beschikken over een meldcode voor kindermishandeling en huiselijk geweld. De meldcode beoogt ervoor te zorgen dat handelingsverlegenheid afneemt (niet weten wat te doen, aarzelen terwijl actie ondernemen een vereiste is), de kwaliteit van het handelen beter wordt, helpt te voorkomen of voortijdig te stoppen. Veilig Thuis is het orgaan dat advies geeft en heeft een consulterende- en ondersteuningsfunctie. Zodra er een melding binnenkomt, beoordeelt en onderzoekt Veilig Thuis de zaak. Het brengt ook eventueel de hulpverlening op gang. (http://www.vooreenveiligthuis.nl/ of 0800- 2000 gratis en 24/7 bereikbaar)

 

De wet jeugdzorg heeft kindermishandeling als volgt omschreven:

“Kindermishandeling is elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel”

 

Kindermishandeling kent verschillende vormen: lichamelijke mishandeling en verwaarlozing, psychische mishandeling en verwaarlozing en seksueel misbruik.

Huiselijk geweld is het geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het (minderjarige)slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder valt: (ex)partnergeweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, eergerelateerd geweld (eerwraak), uitbuiten en vrouwenhandel. Over huiselijk geweld is het volgende bekend: de dader en het slachtoffer hoeven niet in hetzelfde huis te wonen, de dader en het slachtoffer kennen elkaar en hebben geregeld met elkaar te maken en blijven vaak deel uitmaken van elkaars leef- en woonomgeving. Er is meestal sprake van een machtsverschil tussen de dader en het slachtoffer en van een afhankelijkheidsrelatie en/ of vertrouwensband.

 

De meldcode kent 5 stappen.

Stap 1: In kaart brengen van signalen en het bespreekbaar maken en zorg delen met de ouders.

Stap 2: Er is collegiale consultatie (BE KIND) en Veilig Thuis wordt om advies gevraagd.

Stap 3: Gesprek met de ouders

Stap 4: Aard en ernst van de situatie afwegen en raadpleeg veilig thuis

Stap 5:  A. Hulp organiseren en effecten volgen

B. Melding Veilig Thuis en melding bespreken met ouders.

 

Alle gastouders van BE KIND zijn op de hoogte van de inhoud van de meldcode van BE KIND en zijn verplicht naar deze meldcode te handelen. Tevens adviseert BE KIND een (online) training over het omgaan met (vermoedens van) kindermishandeling en huiselijk geweld. De volledige meldcode is op www.bekind.nl te vinden.

 

 

 

 

 

 

 

Ongevallenregistratie

Het is onvermijdelijk dat kinderen zich soms bezeren, dus ook tijdens de opvang is dit helaas wel eens aan de orde. De gastouders zijn verplicht alle ongevallen (digitaal) te registeren.

Bij een ernstig ongeval schakelt de gastouder eerst de meest aangewezen hulpverlener in. Daarna neemt de gastouder zo spoedig mogelijk contact op met de ouders. De ouders hebben de gegevens van huisarts en tandarts evenals een noodnummer ingevuld in het kinddossier.

De gastouder verstrekt binnen een week na het ongeval een ongevallenregistratie aan de ouders en BE KIND.  Afhankelijk van de aard van het ongeval zal  BE KIND onderzoek doen. Naar aanleiding van dit onderzoek zal BE KIND haar bevindingen terugkoppelen aan de gastouder en de ouders. De ongevallenregistratie moet inzichtelijk zijn voor de toezichthouder van de GGD en bevat: de aard en de plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van maatregelen die zijn getroffen zijn om herhaling te voorkomen. De gastouders gebruiken hiervoor het registratieformulier uit de gastoudermap of uit de digitale omgeving van Portabase.

 

Sociale kaart

Het is een vereiste vanuit BE KIND dat er op elke opvanglocatie een sociale kaart aanwezig is. Hierin staan de belangrijkste contactgegevens van instanties die de gastouder nodig kan hebben in geval van een calamiteit of het vermoeden van kindermishandeling en/ of huiselijk geweld. De gastouder is zelf verantwoordelijk voor het invullen en up-to-date houden van de sociale kaart.

 

Vaccinaties

Deelname aan het rijksvaccinatieprogramma is wettelijk niet verplicht. De kans dat een niet gevaccineerd kind andere kinderen besmet is minimaal. Echter BE KIND acht het noodzakelijk dat zij in ieder geval op de hoogte is van het feit of kinderen al dan niet deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma, zodat zij eventuele risico’s in kaart kan brengen. Ouders dienen aan te geven of hun kind gevaccineerd is of niet.

BE KIND geeft haar gastouders de ruimte om wat betreft dit onderwerp hun eigen persoonlijke afwegingen te maken, waardoor het mogelijk is dat een gastouder aangeeft geen opvang te kunnen bieden aan een kind dat niet gevaccineerd is. Dit zal omschreven staan in het persoonlijk pedagogisch werkplan van de gastouder. Ouders kunnen ook kiezen of zij een kind willen plaatsen bij gevaccineerde of niet gevaccineerde kinderen. Informatie is opvraagbaar bij Be Kind.

 

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en continue screening

Alle gastouders dienen in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag, afgegeven volgens de wet Justitiële Gegevens. Deze verplichting geldt tevens voor alle thuiswonende gezinsleden van de gastouder van 18 jaar of ouder. De gastouder overlegt een dergelijke verklaring vóór aanvang van haar werkzaamheden; de verklaring is op dat moment niet ouder dan twee maanden.

Naast de VOG is er nog een maatregel van toepassing op medewerkers in de kinderopvang, namelijk de continue screening. De Justitiële Informatiedienst houdt bij of gastouders en thuiswonende gezinsleden een strafbaar feit hebben gepleegd. Indien dit het geval is, wordt BE KIND hiervan op de hoogte gesteld door de GGD, de overheid of politie. De persoon die het strafbare feit heeft gepleegd, dient opnieuw een VOG aan te vragen en wordt op dat moment volledig gescreend. Indien geen nieuwe VOG wordt verleend, kan de gastouder haar werkzaamheden niet voortzetten. Dus ook als het voorval betrekking heeft op een huisgenoot van 18 jaar en ouder.  Gastouders en huisgenoten van 18 jaar en ouder ondertekenen bij aanvang van de opvang een formulier dat betrekking heeft op de continue screening. Door middel van dit formulier geven zij BE KIND ook toestemming om ouders te informeren bij het ontvangen van een melding dat de gastouder of huisgenoot mogelijk niet (meer) in aanmerking komt voor een VOG.

 

Vluchtplan

Voor de opvanglocatie dient er een vluchtplan te zijn opgesteld. Er staat beschreven hoe de kinderen in geval van een calamiteit op een veilige manier geëvacueerd kunnen worden.  Als de opvang plaatsvindt in het huis van de gastouder is het de verantwoordelijkheid van de gastouder om ook huisgenoten van 18 jaar en ouder op de hoogte te brengen van de inhoud van het vluchtplan. Informatie over het vluchtplan is terug te vinden in de gastoudermap die aanwezig is op de opvanglocatie.

 

Voedingsbeleid

BE KIND vindt het van belang dat haar gastouders bekend zijn met goede en gezonde voeding en dat zij hier rekening mee houden bij het aanbieden van voeding.

Het eetmoment moet een prettig gezamenlijk moment aan tafel zijn en een rustpunt in de dag. Indien gastkinderen niet willen eten, worden zij nooit door de gastouders gedwongen. De gastouder bespreekt samen met de ouders wat het kind wel of niet mag eten en drinken. De gastouders van BE KIND dienen in hun persoonlijk pedagogisch werkplan het voedingsbeleid dat zij hanteren op hun opvanglocatie te omschrijven.

Hierin worden in ieder geval de volgende punten opgenomen:

1.      afspraken over hoe de gastouder omgaat met allergieën of diëten van gastkinderen.

2.      afspraken over voedingswensen ten behoeve van de levensovertuiging van de ouders.

3.      afspraken omtrent het stimuleren van eten.

4.      afspraken over traktaties en of een kind wel of niet mag snoepen.

 

Vrijwilligers en stagiaires

Indien een vrijwilliger en/ of stagiair(e) werkzaamheden bij een van de gastouders van BE KIND gaat verrichten, wordt dit overlegd met BE KIND en de ouders. Daarbij wordt aangegeven op welke dagen de vrijwilliger en/ of stagiair(e) aanwezig zal zijn en voor welke periode. Voor aanvang van de werkzaamheden/ stage dient er eerst een VOG overlegd te worden. Het origineel wordt bewaard op de opvanglocatie en een kopie op het kantoor van BE KIND. BE KIND is geen erkend leerbedrijf. Indien een erkende gastouder een stagiaire heeft, is de gastouder verantwoordelijk.  De vrijwilliger en/ of stagiair(e) krijgt en leest het pedagogisch beleidsplan van BE KIND zodat ook zij op de hoogte is van de gang van zaken.

 

Ziektebeleid

Het ziektebeleid van BE KIND is gebaseerd op de algemene richtlijnen van het RIVM. Het RIVM heeft 2 handboeken uitgebracht, waarin uitgebreid informatie wordt gegeven over onder andere ziektes, hygiëne en vaccinaties. Of een ziek kind naar de opvang kan komen, is afhankelijk van 2 factoren, namelijk het welbevinden van het kind en de gezondheidsrisico’s voor de andere kinderen en de gastouder. Het is aan de gastouder om aan de hand van deze factoren te beoordelen of zij het zieke kind opvang kan bieden of niet. Indien de gastouders (toelaatbare) afwijkingen op het algemene ziektebeleid hanteren, dienen zij dit duidelijk te hebben omschreven in hun persoonlijk pedagogisch werkplan.

Disclaimer:

De informatie in dit pedagogisch beleid is met zorg voor u samengesteld. Toch is het niet uit te sluiten dat deze informatie onvolledig, onjuist en/of niet up to date is. BE KIND is hiervoor niet aansprakelijk. Het Pedagogisch Beleidsplan van BE KIND wordt jaarlijks geëvalueerd. Eventuele (wettelijke) wijzigingen worden doorgevoerd en waar nodig wordt het beleid aangepast.

Bronnen:

Interactieve vaardigheden – Anneke Strik &Jaqueline Schoemaker, 2014 Reed Business Education

Werkenderwijs! – Josette Hoex en Suén Verweij-Kwok, 2012 SWP

www.kritischehouding.nl, www.jantjebeton.nl, www.pedagogenplatform.nl